VOLLEDIGE WOORDENLIJST CONFLICTEREND WOORDGESLACHT DUITS-NEDERLANDS – VERSIE 23.11.11
KOMPLETTE WÖRTERLISTE KONFLIKTIERENDES GENUS DEUTSCH-NIEDERLÄNDISCH – VERSION 23.11.11
COMPLETE WORD LIST CONFLICTING GRAMMATICAL GENDER GERMAN-DUTCH – VERSION 23.11.11
Een aantal woorden heeft in het Nederlands een ander geslacht dan in het Duits. De volgende, puur alfabetische, zo volledig mogelijke lijst wil hierin uitkomst bieden. Een volledige lijst was er nog niet.
Eine kleine Anzahl von Wörtern hat im Niederländischen ein anderes Genus als im Deutschen. Die folgende, rein alphabetische Liste ist dazu aufschlussreich. Eine komplette Liste gab es noch nicht.
De woorden zijn beoordeeld op hun verwantschap in afstamming, niét (alleen) op hun betekenis. De bekende kleinere lijstjes werken met het criterium betekenis, terwijl juist iemand die Duits schrijft, behoefte heeft aan het criterium verwantschap. Bewust zijn er daarom zogenaamde “valse vrienden” opgenomen. Dit zijn woorden die weliswaar niet (geheel) hetzelfde betekenen, maar ontegenzeggelijk met elkaar verwant en bevriend zijn. Bijvoorbeeld: Wald en woud; Bord en boord; Rahmen en raam; See en zee; Uhr en uur; Trieb en drift; Gesellschaft en gezelschap; enz.
Voor het woordgeslacht in het Nederlands staat o.a. garant:
2. Kramers’ Duits Woordenboek (12de druk, Den Haag, 1938);
3. Koenen Nederlands (27ste druk, Groningen, 1974) garant.
De Duitse woorden staan in de laatste spelling volgens Wahrig Deutsches Wörterbuch (Ausgabe 2006, 8. Auflage, Gütersloh-München, Wissen Media Verlag GmbH).
_________________________________________________________________________
das A – de a (v) (de letter a)
Alle andere letters idem
der Abschied – het afscheid
der Abfall – het afval
die Adresse – het adres
der Akkord – het akkoord
der Akzent – het accent
der Alarm – het alarm
der Altar – het altaar
die Angst – de angst (m)
der Anker – het anker
die Antwort – het antwoord
die Anzahl – het aantal
der Apparat – het apparaat
der Appell – het appèl
der Applaus – het applaus
die Arbeit – de arbeid (m)
der Artikel – het artikel
die Art – de aard (m)
das As – de aas (m) (spelkaart)
Vgl.: Das Aas (o), die Aase (meerv.) – het lokaas (o), dingen om iets aan te lokken
der Asbest – het asbest
der … -asmus – het … -asme
Alle woorden eindigend op -asme zijn in het Nederlands onzijdig, in het Duits mannelijk.
Bijvoorbeeld: der Sarkasmus, der Enthusiasmus, enz.
der Aspekt – het aspect
das Aspirin – het aspirientje, de aspirine (v)
der Aufenthalt – het oponthoud
der Aufsatz – het opzet (plan, voornemen) / de opzet (m) (indeling, voorwerp)
der Augenblick – het ogenblik
die Aussicht – het (voor)uitzicht
das Auto – de auto (m)
das Automobil – de automobiel (m)
das Baby – de baby (m)
der Balkon – het balkon
der Ball – het bal (dansavond)
das Band, die Bänder – de band (m)
Vgl.: das Tonband (o), das Haarband (o) – de geluidsband, de haarband (m)
Vgl.: der Band (m) (meervoud: die Bände) – de band (m), bepaald boek uit een reeks
der Bankrott – het bankroet
der Befehl – het bevel
der Begriff – het begrip
das Beil (bijl met korte steel) – de bijl (v) (hakwerktuig)
der Beitrag – de bijdrage (v)
Vgl. der Eintrag
der Belang – het belang
der Beleg – het beleg (valse vriend)
das Benzin – de benzine (v)
der / das Bereich – het bereik
der Bericht – het bericht (valse vriend)
der Bescheid – het bescheid (officiële papieren)
der Besitz – het bezit
der Besuch – het bezoek
der Beton – het beton
der Betrieb – het bedrijf
der Beweis – het bewijs
die Bibel – de bijbel (m)
der Bildschirm – het beeldscherm
Vgl.: der Schirm – het scherm
die Billiarde – het biljart (hoofdtelwoord, 100 biljoen)
die Billion – het biljoen (hoofdtelwoord)
die Binde – het verband / de band (m)
die Birke – de berk (m)
das Blech – het blik
der Block – het blok
die Blüte – de bloei (m) (valse vriend)
das Boot – de boot (m en v)
der Bord (Schriffsrand) – de / het boord (m en o) (beide geslachten bij schepen en hemden!)
der Brei – de brij (m en v)
die Brille – de bril (m)
die Bronze – het brons (bronzen beeld)
das Bündel – de bundel (m)
die Bürste – de borstel (m)
der Busch – het bos (valse vriend)
das Chaos – de chaos (m)
der Charakter – het karakter
das Datum – de datum (m)
die Dauer – de duur (m)
die Debatte – het debat
der Debit – het debiet
der Defekt – het defect
der Dekor – het decor
der Dialekt – het dialect
das Diesel – de diesel (m)
der Diskont – het disconto
der Disput – het dispuut
die Dividende – het dividend
das Do – de do (v) (eerste toon van de toonladder)
Andere tonen idem
das Echo – de echo (m)
der Effekt – het effect
das Elend – de ellende (v)
die Eiche – de eik (m)
das Eigentum – de / het eigendom (als juridische term mannelijk)
das / die E-Mail – de e-mail (m)
das Einhorn – de eenhoorn (m)
der Enthusiasmus – het enthousiasme
Dit geldt voor alle woorden die eindigen op –asmus.
der Entschluss – het besluit
der Entwurf – het ontwerp
die Epistel – het epistel
der Erfolg – het gevolg (succes, uitslag, resultaat, afloop)
Ook: der Misserfolg (het fiasco, het echec, de mislukking)
der Exzess – het exces
die Fahne – het vaandel
Vgl.: de vaan (v)
der Fallschirm (parachute) – het scherm (valse vriend)
Vgl.: der Schirm – het scherm
das Fax – de fax (m)
das Finale – de finale (v)
der Flachs – het vlas
der Fleiß – de vlijt (v)
der Floh – de vlo (v)
der Flug – de vlucht (v) (vogelvlucht, vlucht per vliegtuig)
Vgl.: der Abflug – het vertrek van het vliegtuig
Vgl.: die Flucht – de vlucht (v)
die Folge – het gevolg (uitwerking, volgreeks)
der Fonds – het fonds
das Foto – de foto (v) (afkorting van fotografie)
der Frieden – de vrede (m en v)
die Front (weerfront en militair front) – het front
der Fußball – het voetbal(spel) / het voetballen
Vgl.: der Fußball – de voetbal (m) (de bal waarmee gespeeld wordt)
die Gardine – het gordijn
der Garten – de gaarde (v) (lusthof) (valse vriend)
Vgl.: de gaard (m)(tuin)
die Garnitur – het garnituur
die Gaze – het gaas
der Gebrauch – het gebruik
die Geduld – het geduld
der Gefallen – de bevalling (v) (valse vriend)
das Gefängnis – de gevangenis (v)
der Gehalt – het gehalte (valse vriend)
die Genüge – het genoegen (genoegen doen) (valse vriend)
In: “Jemandes Ansprüchen Genüge leisten oder tun”
Vgl.: das Vergnügen
der Genuss – het genot
das Gepäck (bagage) – het pak
die Geranie – de geranium (v)
die Gesandtschaft – het gezandschap
der Gesang – het gezang, de zang (m)
die Gesellschaft – het gezelschap (valse vriend)
der Geschäftsbereich (alle bezigheden van een onderneming) – het bereik
das Getränk – de drank (m) / de drankjes (o)
Vgl. der Trank
die Gewalt – het geweld (valse vriend)
der Gewinn – het gewin (valse vriend)
der Glaube – het geloof (overtuiging)
die Glut – de gloed (m)
der Gram – de gramschap (v) (een recht op iets; “zijn gram halen”)
Vgl.: der Gram – de gram (m) (gramschap, toorn; wrevel, bitterheid)
Vgl.: das Gramm (meeteenheid)- het gram
das Haftpflaster – de hechtpleister (v)
Vgl.: das Pflaster – het pleister (pleisterwerk op muren)
Vgl.: das Pflaster – de pleister (v) (wondpleister)
das Halstuch (meervoud: die Halstücher) – de halsdoek (m)
Vgl.: das Tuch (o), die Tuche (meerv.) – het schildersdoek (o)
die Handschrift – de handschrift (v) (let op: de heilige schrift)
das Handtuch – de handdoek (m)
Zie ook: Tuch en Halstuch
das Happening – de happening (v)
die Harpune – de harpoen (m)
das Harz – het / de hars (v en o) (kleverige vloeistof)
der Haushalt – het huishouden
der Henkel – het hengsel
die Herrschaft – het heerschap (neerbuigend jegens manspersoon, “mannetje”)
das Hindernis – de hindernis (v)
das Hobby – de hobby (m)
die Idee – de / het idee (vrouwelijk in de betekenis: concept)
das Idyll – de idylle (v)
Vgl.: die Idylle (gedicht)
die Initiative – het initiatief
der Intellekt – het intellect
das Interesse – de interesse (v)
das Inventar – de inventaris (m)
der …. -ismus – het … -isme
Alle woorden eindigend op -isme zijn in het Nederlands onzijdig, in het Duits mannelijk.
Bijvoorbeeld: der Sozialismus, der Liberalismus, der Kommunismus, der Parlamentarismus, enz.
die Issel – de IJssel (m) (naam van rivier)
die Jacht – het jacht (boot)
Vgl. die Jagd – de jacht (v) (wild achtervervolgen)
die Jacke – het jack (valse vriend)
der Jargon – het jargon
das Kabel – de kabel (m) (touw)
der Kaffee – de koffie (v en m)
der Kampf – het kamp (legerplaats, verzameling barakken) (valse vriend)
Vgl.: de kamp (m) (afgepaald stuk grond) (strijd, worsteling)
der Kanal – het kanaal
das Kanapee – de canapé (m)
das Känguru – de kangoeroe (m)
der Kanton – het kanton
der Karton – het karton (materiaal en dozen)
der Käse – de kaas (v)
das Kilo – de kilo (afkorting van kilogram)
das Kinn – de kin (v)
der Knauel – het / de kluwen (zelden v)
der Knauf (kapiteel, handvat v.e. degen) – de knop (m) (valse vriend)
Vgl.: die Knospe (zie daar)
das Knie – de knie (v)
die Knospe (beginsel van blad of bloem) – de knop (m) (valse vriend)
Vgl.: der Knauf (kapiteel, handvat v.e. degen) – de knop (m) (valse vriend)
Vgl.: der Knopf – de knop (m) (handvat en kledingsluiting)
Vgl.: der Knoten – de knoop (m) (knoop in touw, enz.)
Vgl.: die Knülle (kreuk) – de knoop (m) (valse vriend)
der Kommentar – het commentaar
der Komplex – het complex
der Konflikt – het conflict
der Kongress – het congres
der Kontinent – het continent
der Kontrakt – het contract
der Konzern – het concern
der Korpus – het corpus
der Körper (lichaam) – het corpus
der Krampf – de kramp (v) (stuiptrekking)
der Kredit – het krediet
der Kreuzungspunkt – het kruispunt
das Krokodil – de krokodil (m)
die Kugel – de kogel (m)
der Kümmel – de kummel (v in Kramers, m in WNT) (karwijzaad)
die Kuppel – de koepel (m)
die Landschaft – het landschap
das Layout – de layout (m)
der Leib – het lijf
die Leiche – het lijk
der Lenz – de lente (v)
das Lob – de lof (m) (loftuiting)
der Lohn – het loon
die Maas – de Maas (m) (naam van rivier)
das Make-up – de make-up (m)
das Mal – de maal (tijdstip, keer)
Das Mal in “bis zum nächsten Mal!” Maar, “das Mahl” in de zin van de maaltijd, heeft weer hetzelfde geslacht: “het maal”.
das Manöver – de manoeuvre (v)
das Marketing – de marketing (v)
der Markt – de markt (v)
der Marmor – het marmer
das Maß – de maat (v)
die Mauer – de muur (m en v)
der Mensch – het mens (neerbuigend jegens vrouwspersoon)
Vgl.: der Mensch – de mens (m) (het mensdom)
das Meter – de meter (m) (lengtemaat)
die Milliarde – het miljard (hoofdtelwoord)
die Million – het miljoen (hoofdtelwoord)
das Mikrofon – de microfoon (m)
der Missbrauch – het misbruik
die Mitte – het midden
der Monat – de maand (v)
der Mond – de maan (v)
der Morast – het moeras
die Mühle – de molen (m)
das Müsli – de muesli (m)
der Norden – het noorden
der Nordosten – het noordoosten
der Nordsüden – het noordzuiden
der Nordwesten – het noordwesten
die Not – de nood (m)
die Nummer – het nummer
der Nutzen – het nut
die Nuss – de noot (m)
das Öl – de olie (v)
die Orgel – het orgel
der Ort – het oord (o, zelden m)
der Osten – het oosten
der Palast – het paleis
der Park – het park
die Parole – het parool
der Pavillion – het paviljoen
die Pension – het pension, het pensioen
das Petroleum – de petroleum (v)
der Pfad – het pad
das Pflaster – de pleister (v) (hechtpleister op wonden)
Vgl.: das Haftpflaster – hechtpleister (v) (wondpleister)
Vgl.: das Pflaster – het pleister (o) (pleisterwerk op muren)
die Pfote – de poot (m) (lid van een dierenlichaam)
das Piano – die piano (v)
der Plan – het plan
der Planet – de planeet (v)
der Platz – de plaats (v)
das Portefeuille – de portefeuille (v)
das Portemonnaie – de portemonnee (v)
das Poster – de poster (m)
das Präludium – de prelude
der Profit – het profijt
der Protest – het protest
der Prozess – het proces
das Pulver – het / de poeder (o en v)
Vgl.: der Puder
der Punkt – het punt
der Quarz – het / de kwarts (o en v)
das Radio – de radio (m)
das Ragout – de ragout (m)
der Rahmen (het kader, het raamwerk) – het raam (valse vriend)
das Ranking – de ranking (v)
der Refrain – het / de refrein (zelden m)
das Reh – het / de ree (hertensoort)
der Reim – het / de rijm (o en v)
der Rekord – het record
der Respekt – het respect
die Reue – de rouw (m) (valse vriend)
das Revier (jachtgebied, rechtsgebied) – de rivier (v) (valse vriend)
Vgl.: das Revier – het revier (district, jachtgebied)
der Rhythmus – het ritme
der Rost – het / de roest (o, m en v)
der Ruß – het roet (roetaanslag in een schoorsteen)
die Saat – het zaad (valse vriend)
der Saft – het sap
die Saison – het seizoen
der Saldo – het saldo
der Sand – het zand
der Sattel – het zadel
die Schau – de schouw (v en m) (valse vriend)
der Scherz – de scherts (v) (grappenmakerij)
der Schild, die Schilde (borstwering en familiewapen) – het schild
In: “Einen Löwen als Wappentier im Schild führen.“
Vgl.: Das Schild (meervoud: die Schilder) – het bord (o), het opschrift (o)
das Schilf – de schelf (v) (valse vriend) (riet- of hooiophoping; Schelfzee)
der Schirm – het scherm
der Schleim – het / de slijm (o en m)
die Schüssel – de schotel (v en m)
die Schwäche – het zwak (zwakte) (“een zwak hebben voor“)
Vgl. de zwak (m) (zwikkende gang van karren en wagens) (valse vriend)
Vgl. Schwäche – zwakte (v)
der Schwefel – de / het zwavel (m, v en o)
der Schweiß – het zweet
der Schluss – het slot (einde)
Vgl.: Das Schloss, die Schlösser (meerv.) – het slot (o) voor een sleutel, kasteel (o)
die Schnur (het koord) – het snoer (valse vriend)
die Schulter – de schouder (m)
der See – de zee (v)
In de betekenis van meer of binnenzee is het “der See”; als het dan weer de volle open zee is,
dan klopt het weer, nl. die See, terwijl een nog grotere zee, zo een welker grenzen in vroeger
tijden monsters herbergden, een oceaan zogezegd, dan is het weer “das Meer”, terwijl het
woord “der Ozean” sedert de uitvinding der cartografie ook opgeld doet.
das Shampoo – de shampoo (m)
die Sicht – het zicht
der Sieg – de zege (v.) (overwinning)
die Siele – het zeel (voerriem, draagriem, touwen werktuig)
der Sirup – de siroop (v)
die Sitzfläche – het zitvlak
Vgl.: die Fläche (oppervlak, handpalm) – de vlakte (v) (valse vriend)
das Sofa – de sofa (m)
der Sold – de soldij (v)
das Solo – de solo (m) (solo-optreden)
der Soziolekt – het sociolect
der Span – de spaan (v)
der Spaten – de spade (v)
der Speck – het spek
der Speer – de speer (v)
die Speise (het gerecht) – de spijs (v) (valse vriend)
der Spieß – de spies (v)
die Spitze – het / de spits (v)
der Sporn – de spore (v)
die Spur – het spoor
die Station – het station (valse vriend)
Vgl.: de statie / staatsie (v) (vertoon)
der Staub – het stof (stofdeeltjes op voorwerpen)
Vgl.: Der Stoff (m) – de stof (m) (de materie, textiel, studiestof)
die Steuer – het stuur (valse vriend)
Vgl.: das Steuer – het stuur (onderdeel rijtuig)
das Stift (gesticht) / der Stift (puntig voorwerp) – het stift (gesticht) / de stift (v)
der Strand – het strand
das Studio – de studio
das Studium – de studie (v)
die Sucht (ziekte, aandoening) – de zucht (m) (diepe ademhaling)
Vgl.: De bleek-, de geelzucht, enz. (v)
der Süden – het zuiden
der Südosten – het zuidoosten
der Südwesten – het zuidwesten
die Sühne – de zoen (m) (verzoening, genoegdoening, offer)
das Taxi – de taxi (m)
das Tape – de tape (m) (strook, plakband)
der Tarif – het tarief
der Teer – het / de teer (o en v)
der Teig – het / de deeg (zelden m)
der / das Teil – het deel
Vgl.: das Urteil – het oordeel
das Telefon – de telefoon (m)
die Tide (de tijd, het getijde “vloed”, tijding) – het getij(de) (valse vriend)
die Toilette – het toilet
das Training – de training (v)
der Transport – het transport
der Trieb – de drift (v) (valse vriend)
der Tritt – de tre(d)e (v) (valse vriend)
Vgl.: de trap (m)
das Tuch – het doek (geweven stof) / de doek (m) (lap)
Vgl.: das Halstuch – de halsdoek (m)
der Tumult – het tumult
der Typ – het type
der Überschuss – het overschot
die Übersicht – het overzicht
die Uhr (uurwerk) – het uur
der Unfall – het ongeval
der Unterricht – het onderricht (onderwijs)
die Vaterschaft – het vaderschap
der Vatikan – het Vaticaan
der Verband – het verband (valse vriend)
der Verkehr – het verkeer
der Vers – het vers
der Versand – het versturen (levering per post)
der Verstand – het verstand
der Vertrag – het vedrag
der Viadukt – het viaduct
das Video – de video (m)
der Vorschuss – het voorschot
die Waal – de Waal (m) (naam van rivier)
die Wache – de wacht (m en v) (bewaker) (valse vriend)
der Wald – het woud
die Wand – de wand (m, gewestelijk ook v en o) (begrenzing van een ruimte)
das WC – de / het wc (m en o) (veelal m, zelden o)
die Wehmut – de weemoed (m)
der Wert – de waarde (v)
der Westen – het westen
das Wiesel – de wezel (v)
die Wolle – de / het wol (m, v en o)
die Zacke – de tak (m) (valse vriend)
Vgl.: der Zacken – de tak (m)
die Zahl – het tal (aantal)
Vgl.: die Anzahl – het aantal
die Zeit – de tijd (m en v)
die Zeitschrift – het tijdschrift
Vgl.: die Schrift – de schrift (Bijbel)
der Zement – de / het cement (m en o)
die Ziffer – het cijfer
der Zirkus – het circus
der Zucker – de / het suiker (m, v en o)
der Zufall – het toeval
der Zug – de tocht (m en v) (valse vriend)
Vgl.: de trek (m)
____________________________________________________________________________
Enige woorden waarbij het woordgeslacht i.t.t. de mogelijke verwachting wél overeen komt (betekenis mogelijkerwijs niet):
die Aa – de Aa (v) (naam van rivier)
die Angabe – de aangifte (v)
die Ankunft – de (aan)komst (v)
Vlg. die Unterkunft (het onderdak)
der Arm – de arm (m)
die Bahre – de baar (v)
das Billard – het biljart (tafel of spel)
die Butter – de boter (v)
der Deich – de dijk (m)
die Dose – de doos (v)
der Eimer – de emmer (m)
die Eins – de een (v) (het getal een, het cijfer een)
Alle andere cijfers idem
das Eisen – het ijzer
die Fahne – de vaan (v) (onaanzienlijk vlaggetje)
Vgl.: het vaandel
der Fall – de val (m) (vgl. het toeval)
der / das Filter – de / het filter (m en o)
die Fläche – de vlakte (v)
Vgl.: die Sitzfläche – het zitvlak
der Fluss (rivier) – de vloed (m) (vloedgolf, het getijde, eb en vloed)
die Fock – de fok (v) (het voorste zeil op een schip)
die Gaffel – de gaffel (v) (tweetandig hooivork of maststeun)
die Gerte – die garde (keukeninstrument om te kloppen)
der Gegenstand (voor-/onderwerp) – de tegenstand (m)
das Gemüse – het moes (fijngehakte groente)
die Gitarre – de gitaar (v)
die Harfe – de harf (v)
die Hilfe – de hulp (v)
die Kerze – de kaars (v)
die Kachel (verglaasde tegel) – de kachel (v)
die Kirche – de kerk (v)
die Kiste – de kist (v)
der Koran – de koran (m)
der Kragen (kraag, hemdenboord) – de kraag (m)
das Kupfer – het koper
die Laus – de luis (v)
die Leber – de lever (v)
die Luft – de lucht (v)
die Lüge – de leugen (v)
das Moment – het moment
das Moor – het moer (moeras, brakland, veengrond)
die Moschee – de moskee (v)
der Mut – de moed (m)
die Ohrfeige – de oorvijg (v)
die Olive – de olijf (v) (de vrucht van de olijfboom)
die Patrone – de patroon (v) (kogel, omhulsel, inktpatroon)
das Pergament – het perkament
der Platz – de plaats (m)
die Planke – de plank (v) (valse vriend)
die Post – de post (v)
die Pumpe – de pomp (v)
die Reise – de reis (v)
der Rhein – de Rijn (m) (naam van rivier)
der Satz – de zet (m)
die Sauce – de saus (v)
Vgl.: das Ragout – de ragout (m)
der Schlag – de slag (m)
Vgl.: der Vorschlag – het voorstel
die Stunde – de stonde (v) (uur)
das Versteck – het verstek (valse vriend)
die Violine – de viool (v)
Vgl. das Piano – de piano (v)
de vlieg – de vlieg (v)
die Wehr – de weer (v) (afweer, leger, verdediging)
der Ziegel – de tegel (m) / de tichel (m)
der Zug – de trek (m)
____________________________________________________________________________
Enige woorden die in betekenis overeenkomen, maar niet in hun vorm overeenkomen en toch altijd weer als lastig worden ervaren:
der Anzug – het pak, het kostuum
Vgl.: der Zug – de trek (m)
der Badeanzug – het badpak
Vgl.: der Zug – de trek (m)
der Betreff – het onderwerp, „betreffende“ (onderwerpsaanduiding)
das Ereignis – de gebeurtenis (v)
das Kino – de bioscoop (v)
der Kerhrreim – het keervers